Van bijstand naar Wajong

samenvatting

De instroom in de Wajong bedraagt thans 16 à 17.000 personen per jaar, een ruime verdubbeling ten opzichte van de eeuwwisseling en een verviervoudiging ten opzichte van de instroom in de AAW, de voorganger van de Wajong. Dat betekent dat 1 op de 12 jongeren instroomt in de Wajong. De toename van de Wajong-instroom sinds 2004 hangt nauw samen met de decentralisiering van de bijstand naar gemeenten (de Wet Werk en Bijstand – WWB). Gemeenten hebben een prikkel om zoveel mogelijk te besparen op de bijstand, omdat zij een eventueel overschot op het budget zelf mogen houden. Uit eerder onderzoek bleek al dat dit beleid succesvo was, in de zin dat het aantal bijstandsuitkeringen sinds de invoering van de WWB werd teruggedongen. Recent onderzoek laat echter zien dat een substantieel deel van de afname in de bijstand is bijgeschreven in de Wajong-registers. Andere verklaringen voor de recente toename van de Wajong-instroom lijken minder relevant. Het relatief hoge minimumloon in Nederland en de groei van het speciaal onderwijs zijn weliswaar structureel van invloed op het gebruik van de Wajong, maar bieden geen verklaring voor de fors toegenomen Wajong-instroom sinds 2004.

typepublicatie
jaar2011
verantwoordelijkeDaniel van Vuuren ; Frank van Es ; Gijs Roelofs
organisatieCentraal Planbureau, CPB
plaatsDen Haag
instellingCentraal Planbureau
pagina's18 p.
publicatievormFactsheet
trefwoordenwajong ; statistiek l instroom
themawet- en regelgeving
publicatievan_bijstand_naar_wajong.pdf
datum invoer24-10-2011