Liever Mark dan Mohammed?: Onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie van nietwesterse migranten via praktijktests

samenvatting

Deze studie neemt het selectiegedrag van werkgevers onder de loep. Er is gebruik gemaakt van zogenoemde praktijktests: twee vergelijkbare - maar fictieve - kandidaten solliciteren per brief of telefonisch op bestaande vacatures. Op basis van ruim 1300 tests wordt vastgesteld of kandidaten met een niet-westerse achtergrond minder kans hebben om een uitnodiging te krijgen en of zij anders bejegend worden. Omdat alleen de etnische herkomst van de beide kandidaten verschillend is, kan goed worden vastgesteld of etniciteit een rol speelt in selectiegedrag van werkgevers. Uit de analyse blijkt dat niet-westerse migranten, alleen al door het feit dat zij een niet-westerse naam en/of geboorteplaats buiten Nederland in hun cv vermeld hebben, minder kans maken om uitgenodigd te worden voor een gesprek. Discriminatie speelt zich vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt af. Het verschil tussen autochtonen en niet-westerse migranten in de kans op een uitnodiging is bij de mannen groter dan bij de vrouwen. Werkgevers maken niet veel verschil tussen de etnische groepen. Met name Antillianen, Turken en Surinamers hebben een vergelijkbare achterstand op autochtone Nederlanders.

typepublicatie
jaar2010
verantwoordelijkeIris Andriessen ; Eline Nievers ; Laila Faulk ; Jaco Dagevos
organisatieSociaal en Cultureel Planbureau
plaatsDen Haag
instellingSociaal en Cultureel Planbureau
pagina's111 p,
publicatievormStudie
trefwoordensollicitatie ; autochtonen ; migranten
themaarbeidstoeleiding
publicatieliever_mark_dan_mohamed.pdf
datum invoer01-06-2010