BPV-monitor 2011: Landelijke eindrapportage

samenvatting

Opleiden in het middelbaar beroepsonderwijs kent meer dan elke andere onderwijssector een belangrijke praktijkcomponent: bol-studenten brengen minimaal 20 tot maximaal 60 procent van de studieduur door in een leerbedrijf, bbl-studenten minimaal 60 procent. De kwaliteit van het onderwijs in het mbo wordt dan ook in sterke mate bepaald door de kwaliteit van deze beroepspraktijkvorming beroepspraktijkvorming (bpv). In reactie op onderzoeken waarin een aantal knelpunten (voorbereiding, begeleiding, gebrek aan uniformiteit) telkens terugkeerde, hebben de MBO Raad, MKB/VNO-NCW, Colo en het ministerie van OCW de handen ineen geslagen en het BPV-protocol ontwikkeld. Dit protocol is bedoeld om een goede bpv op de werkvloer te realiseren. Het bevat tien doelstellingen aan de hand waarvan de betrokken partijen (leer)bedrijven, kenniscentra, onderwijsinstellingen en studenten) concreet aan de slag kunnen. Op 10 juni 2009 is het BPV-protocol gepubliceerd. In het protocol is afgesproken dat middels een monitor in kaart dient te worden gebracht in hoeverre het bijdraagt aan de kwaliteit van de bpv. De BPV-monitor 2011 combineert een grootschalige kwantitatieve meting (online) onder 8.816 praktijkopleiders vanuit de leerbedrijven, 2.202 mbo-studenten en 1.718 bpv-begeleiders vanuit onderwijsinstellingen met een aantal verdiepende interviews (zowel groepsinterviews als individuele telefonische) gesprekken) en een beschrijving van goede voorbeelden.

typepublicatie
jaar2011
verantwoordelijkeFroukje Wartenbergh-Cras ; Esther de Ruijter ; Judith de Ruijter ; Joyce Jacobs ; Daniëlle de Laat-van Amelsfoort
organisatieResearchNed ; Arbeid Opleidingen Consult
plaatsDen Haag
instellingResearchNed
pagina's242 p.
publicatievormMonitor
trefwoordenberoepspraktijkvorming ; bpv ; mbo ; onderwijsinstellingen ; leerwerk bedrijven'; praktijkopleiders ; statistiek
themaonderwijs
publicatieeindrapportage_bpv_monitor.pdf
datum invoer25-01-2012