Bewegingen op de Nederlandse arbeidsmarkt, 1999-2008

samenvatting

De potentiële beroepsbevolking (alle inwoners van Nederland in de leeftijd van 15-64 jaar) is in de periode 1999-2008 met 3,5 procent gegroeid. De Nederlandse bevolking vergrijst. Als de vergrijzing doorzet, dan zal de potentiëe beroepsbevolking in de toekomst krimpen. Een steeds groter deel van de potentiële beroepsbevolking heeft als belangrijkste inkomstenbron een baan of werk als zelfstandige. Op basis van de belangrijkste inkomstenbron kan de potentiële beroepsbevolking worden ingedeeld in een negental categorieën: werknemer, zelfstandige, persoon met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, een werkloosheidsuitkering (WW), een bijstandsuitkering, een overige uitkering, een pensioen, scholier/student en de categorie overig. De economische conjunctuur heeft effect op het aantal werknemers. Niet alle sectoren zijn even gevoelig voor de conjunctuur. De zorgsector kende als enige sector gedurende de periode 1999-2008 een groei van het aantal werknemers. Met name de uitzendsector en de zakelijke dienstverlening golfden mee met de conjunctuur. Een aantal sectoren, met name in de industrie, kenden een gestage neergang van het aantal werknemers. De kans of iemand van baan wisselt (=bij een andere werkgever gaat werken) hangt sterk samen met leeftijd. Bij de overgangen tussen situaties met en zonder baan is uiteraard vooral de stroom van en naar de werkloosheidsuitkering het meest conjunctuurgevoelig.

typepublicatie
jaar2012
verantwoordelijkeHarold Kroeze ; Sander Dalm ; Marleen Geerdinck ; Tirza König ; Vinodh Lalta ; Jeroen van den Tillaart
organisatieCentraal Bureau voor de Statistiek
plaatsDen Haag ; Heerlen
instellingCentraal Bureau voor de Statistiek
pagina's89 p.
trefwoordenarbeidsmarkt ; arbeidsmobiliteit ; statistiek ; Nederland
themabehoud van arbeid
publicatiearbeidsmobiliteit_CBS_rapport.pdf
datum invoer21-05-2012